De geschiedenis van de Cercle

L131217_004_small2

De Cercle Artistique et Littéraire werd op 23 november 1847 in Brussel opgericht  als “ontmoetingsplaats voor de liefhebbers van kunst en de letteren, en notabelen uit de wereld van de kunst, de literatuur en de wetenschap uit binnen- en buitenland, en als leeszaal met een keur aan gezaghebbende dagbladen en tijdschriften.” De vereniging is ontstaan uit de Cercle des Arts, die in 1840 was opgericht door graveerder Paul Lauters en componist Léon Jouret. Ze was sinds 1844 gehuisvest in de woning van violist Charles de Bériot in Sint-Joost-ten-Noode (het huidige gemeentehuis).

De eerste voorzitter van de Cercle Artistique et Littéraire was de sterrenkundige Adolphe Quételet, de stichter van het vlakbij gelegen Koninklijk Observatorium. De Cercle – met een ‘grondwetgevende vergadering’ van honderdvijftig ondertekenaars – wordt al gauw de place to be voor ‘heel Brussel’ en telt na twee jaar al meer dan driehonderd leden. Notabelen ontmoeten er de meest vooraanstaande personen uit de Brusselse wereld van de letteren, de muziek en de kunst in het algemeen, maar ook buitenlandse gasten als Victor Hugo en Alexandre Dumas. Voordat de Cercle zijn intrek nam in het hart van het Koninklijk Park, was hij gevestigd aan nummer 10 in de Sint-Hubertusgalerijen en daarna, na de samensmelting met de Cercle de la Loyauté, in het Broodhuis op de Grote Markt.

De Brusselse Waux-Hall was toen een centrum van ontspanning, waar recepties werden georganiseerd. Met de bouw (privé) werd begonnen ten tijde van Karel van Lotharingen met de bedoeling om het door Gilles Barnabé Guimard ontworpen Koninklijk Park te verfraaien. Na de Franse Revolutie werd het eigendom van de stad. De Cercle nam er zijn intrek in 1871. Op dat moment bestaan de gebouwen uit de balzaal – later de Lotharingenzaal genoemd – die in 1782 was gebouwd door de beroemde architect Louis Montoyer, tegelijkertijd met het Théâtre du Parc en de Kariatidenzaal, de nieuwe en veel imposantere balzaal, die in 1820 werd gebouwd door de architect van Willem I, Charles Vanderstraeten (aan wie wij eveneens het paleis van de Prins van Oranje danken, het huidige Academiënpaleis). De bouw van de nieuwe zaal was een initiatief van de vereniging Concert Noble, die zich in de Waux-Hall had gevestigd. Ze zou er vijftig jaar blijven, alvorens naar de Aarlenstraat te verhuizen.

De Cercle Artistique et Littéraire vestigt zich in het Koninklijk Park en gaat over tot nieuwe verbouwingen, met onder meer een tentoonstellingsruimte. Jean-Jules Van Ysendijck, de ontwerper van de gemeentehuizen van Schaarbeek en Anderlecht, werkt op dat moment aan de verbouwing van het Théâtre du Parc en krijgt tevens de opdracht om de gebouwen uit te breiden met een nieuwe bibliotheek (leeszaal), eetzaal, ontvangstruimten voor de leden en technische ruimten. Sindsdien is de Cercle uiterlijk vrijwel niet meer veranderd en groeit hij naar zijn hoogtepunt. De vereniging telt dan meer dan duizend leden – kunstenaars en niet-kunstenaars – en organiseert intern tentoonstellingen van oude en moderne kunst, lezingen, concerten en diverse evenementen, die variëren van demonstraties van het werk van Edison of de gebroeders Lumière tot prestigieuze recepties. Tot de plechtige opening van het Paleis van Schone Kunsten in 1928 is de Cercle het hele jaar door verreweg het belangrijkste centrum van het intellectuele, muzikale, artistieke en mondaine leven in Brussel. In 1911 wordt op het balkon van de Kariatidenzaal een groot Walcker-orgel met 46 registers geïnstalleerd. Vijfendertig jaar later wordt het gekocht door de familie Coppée en in 1946 met enkele ongelukkige aanpassingen geïnstalleerd in de abdij van Orval.

 

 

Een andere Brusselse vereniging is de Cercle de la Toison d’Or, op 23 december 1911 opgericht op initiatief van de onstuimige advocaat Edouard Huysmans. Deze vereniging biedt gediplomeerden van de universiteiten van het koninkrijk de mogelijkheid elkaar in een ontspannen sfeer en los van filosofische tegenstellingen te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Op 13 juni 1919, na de Grote Oorlog, wordt de naam veranderd in Cercle Gaulois, een eerbetoon aan de Franse bondgenoten. In 1937 wordt met goedkeuring van de koning ook de vermelding ‘Royal’ toegevoegd. De vereniging is dan gevestigd aan de Gulden-Vlieslaan (woning Gendebien) en zoekt na de oorlog toenadering tot de Cercle Artistique et Littéraire. Dit gebeurt op initiatief van de voorzitter, stafhouder Paul Parent, en generaal Jacques Willems, voorzitter van de Cercle Artistique et Littéraire.

De gevolgen van de beurskrach en daarna de tweede wereldoorlog zijn bijna fataal voor de Cercle Artistique, die in de periode 1932-1946 een groot deel van zijn bezittingen verkoopt. Dankzij de samensmelting van de twee verenigingen in 1951 kunnen zij de moeilijkheden van na de oorlog overwinnen, op hun unieke locaties blijven en een nieuwe start maken. Zo is dus de Cercle Royal Gaulois, Artistique et Littéraire ontstaan, die voortaan het voorrecht heeft twee geboortejaren te kunnen vieren: 1847 en 1911. Naast de steeds talrijkere artistieke en intellectuele activiteiten, wordt de Cercle meer en meer, alnaargelang het geschetste beeld, een ‘tweede verblijf voor diplomaten’ en een ‘kantine voor parlementariërs’. Die laatsten hebben aan overkant van de straat overigens geen restaurant die naam waardig…

Net als vroeger is de Cercle Royal Gaulois, Artistique et Littéraire een privévereniging met het statuut van een vereniging zonder winstoogmerk, die een ontmoetingsplaats wil zijn voor vriendschappelijke, intellectuele, artistieke en literaire activiteiten, los van elke politieke, culturele of filosofische overtuiging. De Cercle heeft momenteel 1400 leden.